Alouis Diriken: een talent van Torpedo op Stayen

31 maart 2026

“Mijn doelpunt in de bekermatch in Knokke smaakt naar meer”

video

Het verhaal van Alouis Diriken

Stipt op het afgesproken uur stapt Alouis Diriken de kantine van STVV Youth aan de St-Jansstraat binnen. Hij kijkt zichzelf in de ogen, want zijn foto prijkt aan de wall of fame van jeugdspelers die bij STVV een profcontract versierden. Naast Alouis zelf telt de huidige kern nog enkele jeugdproducten. Denk maar aan Mbalanda, Nhaili en Lambotte. Iedereen volgde zijn eigen weg, maar wat was het pad van Hasselaar Diriken?

“Op mijn zevende trok ik mijn eerste voetbalschoenen aan bij Torpedo Hasselt. Vijf jaar later kon ik zowel naar Lommel SK als naar STVV. De combinatie van twee keer trainen op woensdag en werkende ouders maakte dat ik voor Lommel moest kiezen. Na drie seizoenen kwam Westerlo mij halen. Een jaar later verkaste ik opnieuw, dit keer naar KV Mechelen. Op persoonlijk vlak viel dat tegen. De trainer van de U16, Dario Antico, haalde mij dan naar STVV.”

Welke verschillen zag jij in de jeugdopleidingen?
In Lommel werd er vooral op techniek getraind, logisch gezien de prille leeftijd. Westerlo vond ik een familiale club. Maar kwalitatief was onze ploeg onvoldoende na de promotie naar Elite 1. Mij blijft onder andere een wedstrijd bij waarin ik een jaar hoger moest spelen, tegen Anderlecht. De 10-0-nederlaag zegt voldoende (lacht). De nieuwe omgeving van KV Mechelen was enerzijds leuk, maar ik kon niet aarden in het internaat en miste mijn familie. Zelfs een thuiswedstrijd was anderhalf uur rijden van Hasselt.”

STVV bood een uitweg en bracht je weer dichter bij je familie?
“Inderdaad, en bij mijn vrienden. Mijn vriendin zie ik voornamelijk in het weekend, want zij zit in Leuven op kot. Mijn ouders ondersteunen mij en ik voel me goed in die warme omgeving. STVV is veruit de beste ploeg waar ik tot nu gespeeld heb.”

Naast het geel en blauw, droeg je ook de Belgische driekleur?
“Vanaf de U15 zat ik in de preselecties, maar speelde nog geen interlands. Bij de U16 mocht ik één keer opdraven. Bij de U17 in Duitsland trof corona bijna de volledige selectie. Ik bleef gespaard en kreeg daar ook speelkansen. Alles bij elkaar speelde ik drie interlands, een aantal oefenwedstrijden en wat oefenkampen. Door met betere spelers te spelen, word je zelf ook beter.”

Bij de overstap naar het beloftenteam tekende je je eerste profcontract?

“Klopt. Ik werd bij de U18 al na één jaar doorgeschoven naar de beloften. We speelden tegen de topteams met topspelers van mijn generatie. Jammer genoeg werden door corona veel matchen afgelast. Ik trainde wel met de beloften, maar speelde ook nog veel wedstrijden bij de U18. Toch was ik blij om bij de beloften te trainen. In mijn tweede jaar werd ik er basisspeler in het team met onder andere Rein Van Helden en Mathias Delorge. Het jaar erop was ik kapitein en speelde alles. Tegen het einde van het seizoen werd ik opgenomen in de kern van de eerste elf. Ik kreeg nog 2 maanden om mij te bewijzen onder Hollerbach.”

Onder Lattanzio stond je eindelijk aan de aftrap: 27 juli 2024 ga je niet snel vergeten?
Zeker niet! Mijn opa was Anderlecht-fan. Hij nam me indertijd mee voor mijn eerste voetbalwedstrijd op Anderlecht. Om daar dan mijn eerste basisplaats te krijgen, was uiteraard een droom. Daarna speelde ik ook nog op Charleroi. Ik dacht toen dat ik vertrokken was. De resultaten bleven echter uit, de trainer werd tijdens de break vervangen door Felice Mazzu.”

En plots ging het van de hemel naar de hel en terug.
“Op vakantie kreeg ik te horen dat ik terug naar de beloften werd verwezen. Ik kon dat eerst moeilijk geloven en kreeg een mentale tik. De steun van mijn ouders en vriendin betekenden toen veel voor mij. Op een bepaald moment stelde ik mezelf voor de keuze: 'Of je laat je hoofd hangen en je stopt of je gaat gewoon door.’ Hoewel de vertrouwensband enigszins was beschadigd, beet ik door en totaal onverwacht werd ik in maart opnieuw aan de kern toegevoegd. Ik gaf me voor de volle 100% en Mazzu zag dat ik wat in mijn mars had. Even later werd Wouter de nieuwe T1, die toch een link heeft met de regio en de lokale spelers kende. Wouter sprak zijn vertrouwen in mij uit, nam me op in de kern en ik mocht dit seizoen een aantal keren invallen. Dat resulteerde ook in een contractverlenging. Weer een blijk van vertrouwen. Ik wil hier graag spelen.”

STVV is bezig aan een beresterk seizoen. Wat doet deze kern met een jonge, gedreven gast als jij?
“Mijn eerste doel was om in de kern te zitten. Wouter verzekerde me dat ik niet meer moest terugzakken naar de U23. In Charleroi kreeg ik een eerste invalsbeurt. Daarmee had ik al een tweede doel bereikt. Voor de beker tegen Knokke stond ik in de basis en scoorde ik het winnende doelpunt. Dat prikkelt om meer speelkansen te krijgen. Mijn volgende doel is nog een aantal basisplaatsen te krijgen in de competitie en zo stap voor stap te groeien richting een vaste stek.”

Je staat te trappelen. Hoe geduldig ben je eigenlijk?
“Heel geduldig (lacht). Ik denk dat heel wat spelers van mijn leeftijd al hadden opgegeven of op een transfer zouden azen. Het gras lijkt elders altijd groener. Maar ik heb besloten te blijven bij de club die mijn capaciteiten kent - die ikzelf ook ken - en keihard verder te werken. Dan volgt de rest wel.”

Hoe belangrijk is de teamspirit in die context?
“Heel belangrijk. Toen ik in maart terugkeerde in de kern, vormde de groep minder een eenheid. Het contrast met dit jaar is enorm. Iedereen schiet goed met elkaar op. Er wordt veel gelachen. De groepsgeest is onze kracht. Op de tweedaagse retraite na de winterstop was de sfeer optimaal. Veel gelachen, veel plezier gemaakt. Zo hoort het.”

Toch nog even terug naar je belangrijke rol in de redding van de U23 vorig seizoen in 2de amateur. Hoe was het om die stap terug te zetten?

Frustrerend, omdat het niveauverschil opmerkelijk is. De U23 zijn jonge spelers die hun eerste stappen in het mannenvoetbal zetten. Spelers die al geruime tijd bij de eerste elf meetrainen, staan al verder. Ik heb de trekkersrol opgenomen. Ik moest de anderen helpen. Dat is gelukt eenmaal ik over de eerder vermelde dip heen was. Coach Benny Lunenburg stimuleerde me. Hij merkte dat ik weer op niveau kwam, dat ik de ploeg mee op sleeptouw nam. Ik hielp mijn medespelers met tips om professioneler te worden. En dat ging verder dan alleen de wedstrijden. Stipt op tijd zijn op trainingen en wedstrijden, bijvoorbeeld. Elk detail is belangrijk, want de stap van beloften naar het eerste elftal is enorm. Zo zijn we er uiteindelijk in geslaagd het behoud te verzekeren.”

Je bent ook fysiek veranderd. Een gevolg van de raad van Thorsten Fink, neem ik aan?
Fink zei altijd dat ik steviger moest worden. Ik ben een technische speler die graag de bal heeft. Beloftentrainer Stef Van Winckel - bij de beste trainers die ik in mijn opleiding ben tegengekomen - zorgde voor de conditionele basis. Onder hem moest ik heel wat loopwerk verrichten. Fink voegde daaraan toe dat ik meer moest fitnessen. Die boodschap drong initieel niet echt tot me door, want als jonge speler denk je dat het allemaal wel losloopt. Toe ik weer naar de beloften moest, heb ik de knop omgedraaid. Ik heb ruim zes maanden intens gefitnest, met zichtbaar resultaat.”

Jullie draaien mee in de bovenste regionen van het klassement. Hoe waanzinnig is dat?
“Met dit team kunnen we hoog eindigen. We hebben een mooie voorsprong op de concurrentie. We bekijken verder wedstrijd na wedstrijd en leggen onszelf niet te veel stress op. Ik leef vanop de bank mee met mijn medespelers en gun iedereen zijn succes. Met die instelling creëer je goede banden en een positieve energie, die ik meepak als ik inval. Winnen is plezant en creëert een positieve vibe. Als voetballiefhebber geniet ik van ons spel. Na het mooie voetbal onder Fink zitten we nu nog twee levels hoger.”

In Wikipedia staat bij jouw positie ‘centrale verdediger’, terwijl …
… ik nu op het middenveld speel. Van origine ben ik een middenvelder. Toen ik na een blessure terugkeerde bij Lommel, werd ik omwille van mijn lengte als centrale verdediger geposteerd. Ik scoorde meteen 2 keer en bleef staan. Het was Fink die opnieuw een middenvelder in mij zag. Het duurde even eer ik eraan kon wennen. Maar zoals we nu spelen, zie ik het wel zitten op het middenveld. Ik leer veel van Sissako en zijn manier van spelen, hoewel we verschillende types zijn.”