Bij de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog in 1940 was Stayen uitgegroeid tot een stadion dat 7.000 toeschouwers kon ontvangen. De Kanaries moesten er aan de slag in de Limburgse noodcompetitie bij aanvang en aan het einde van de oorlog, met tussendoor, tijdens de bezetting, drie volwaardige seizoenen in Bevordering. Naast de sportieve beslommeringen ontsnapte S.T.V.V. ook niet aan de vernietigende gevolgen van de oorlog. In 1944 werd het stadion tweemaal getroffen door een bombardement. De eerste bombardering bleek de zwaarste, want zowat de hele accommodatie werd vernietigd. Gelukkig viel er geen menselijk leed te melden. Toch viel er een slachtoffer te betreuren: indertijd werd er een geit met een paaltje en een touw op het veld vastgemaakt om de grasmat te “maaien” en dat beestje viel na het bombardement nergens meer te bespeuren. Hopelijk kon de geit van Stayen zich op tijd losmaken en is gevlucht, maar dat zullen we nooit weten.
In ieder geval was het stadion zeer zwaargehavend en moest het volledig heropgebouwd worden. S.T.V.V. diende na de oorlog dan ook een schadedossier in voor het bekostigen van de vernieuwing, maar S.T.V.V.-voorzitter Massa was ook de Amerikaanse bevrijders dankbaar voor de geboden hulp bij de heropbouw: “Deze oordeelden het terrein inderdaad niet groot genoeg voor hun nationale sport (cfr. American Football) en lieten de bestaande gradins door een bulldozer verwijderen. Zo werden de oude rommel opgeruimd en kon na het vertrek van de Amerikanen met de wederopbouw begonnen worden met de som die als schadevergoeding werd betaald.”
Tijdens de werken moesten de Kanaries zich wel behelpen bij de thuiswedstrijden. Bij het eerste duel van het seizoen 1945-1946 op Stayen dienden de spelers zich bij de buren om te kleden, die bereidwillig hun huizen hadden opengesteld. Het veld was enkel afgespannen met een koord. Toch ontvingen de Truienaren op 24 februari 1946 niet minder dan 7.000 toeschouwers voor de topwedstrijd tegen Stade Borgworm. In 1947 had Stayen stilaan weer menswaardige aanblik gekregen: de kleedkamers, omheining en plaatsen voor de toeschouwers waren hersteld en in 1948 opende Stayen voor het eerst zelfs een echte zittribune.
De zitplaatsen, die toen nog niet de hele lengte van het veld innamen, werden de parel aan de kroon van het vernieuwde Stayen en ook nu volgde er weer een passende inhuldiging. Die kwam er vooral dankzij de kalendercommissie, want de eerste thuiswedstrijd van het ondertussen naar tweede klasse gepromoveerde S.T.V.V. werd voor de nieuwe zittribune gespeeld tegen de voormalige Brusselse grootmacht Daring Molenbeek. Met tien bussen, een karavaan auto’s en talrijke Brusselse treinreizigers in hun kielzog dachten de Brusselaars dat Truisens varkentje wel even te wassen: “Lapt het die koeboeren maar!”.
Maar nadat Daring de 2-2 scoorde kantelde de wedstrijd volledig. Met vier Truiense doelpunten op een kwartier tijd ontplofte Stayen! Het bestuur was de wanhoop nabij want de nieuwe tribune werd bijna afgebroken: “Die schone tribune!” zo schreef een Limburgs Dagblad die maandag, “Wat ging ervan geworden. Ze wankelde op haar grondvesten en op haar plaatijzeren rug kwam een gedonder neer van Sint-Truidense vuisten.” Een nieuwe traditie was geboren.
Vernieuwing bleef de tendens op Stayen. Zo kwamen er in 1952 voor het eerst douches voor de spelers, maar werden er ook nieuwe staanplaatsen voorzien. Het belangrijkste voor Stayen zou enkele jaren later, in het midden van de jaren ’50 volgen, want na de sluiting van de Suikerfabriek Melaertskon S.T.V.V. de terreinen kopen en werd de club de nieuwe eigenaar van het Stayenveld!
Met de sluiting van de Suikerfabriek kwam er ook een einde aan de traditie van bieten gooien. Bij onvrede met scheidsrechterlijke beslissingen durfden de Truiense supporters immers al eens bieten uit de silo’s achter de staantribune te halen. Als de spelers de roep om bieten hoorden wisten ze dat zich van de zijlijn moesten verwijderen, om zeker geen suikerbiet tegen het hoofd te krijgen.

