DE JAREN ’40 EN ‘50

1 september 2026

DE OORLOG & DE GEIT, HET HERSTEL & DE AANKOOP

video

Bij de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog in 1940 was Stayen uitgegroeid tot een stadion dat 7.000 toeschouwers kon ontvangen. De Kanaries moesten er aan de slag in de Limburgse noodcompetitie bij aanvang en aan het einde van de oorlog, met tussendoor, tijdens de bezetting, drie volwaardige seizoenen in Bevordering. Naast de sportieve beslommeringen ontsnapte S.T.V.V. ook niet aan de vernietigende gevolgen van de oorlog. In 1944 werd het stadion tweemaal getroffen door een bombardement. De eerste bombardering bleek de zwaarste, want zowat de hele accommodatie werd vernietigd. Gelukkig viel er geen menselijk leed te melden. Toch viel er een slachtoffer te betreuren: indertijd werd er een geit met een paaltje en een touw op het veld vastgemaakt om de grasmat te “maaien” en dat beestje viel na het bombardement nergens meer te bespeuren. Hopelijk kon de geit van Stayen zich op tijd losmaken en is gevlucht, maar dat zullen we nooit weten.

In ieder geval was het stadion zeer zwaargehavend en moest het volledig heropgebouwd worden. S.T.V.V. diende na de oorlog dan ook een schadedossier in voor het bekostigen van de vernieuwing, maar S.T.V.V.-voorzitter Massa was ook de Amerikaanse bevrijders dankbaar voor de geboden hulp bij de heropbouw: “Deze oordeelden het terrein inderdaad niet groot genoeg voor hun nationale sport (cfr. American Football) en lieten de bestaande gradins door een bulldozer verwijderen. Zo werden de oude rommel opgeruimd en kon na het vertrek van de Amerikanen met de wederopbouw begonnen worden met de som die als schadevergoeding werd betaald.”

Tijdens de werken moesten de Kanaries zich wel behelpen bij de thuiswedstrijden. Bij het eerste duel van het seizoen 1945-1946 op Stayen dienden de spelers zich bij de buren om te kleden, die bereidwillig hun huizen hadden opengesteld. Het veld was enkel afgespannen met een koord. Toch ontvingen de Truienaren op 24 februari 1946 niet minder dan 7.000 toeschouwers voor de topwedstrijd tegen Stade Borgworm. In 1947 had Stayen stilaan weer menswaardige aanblik gekregen: de kleedkamers, omheining en plaatsen voor de toeschouwers waren hersteld en in 1948 opende Stayen voor het eerst zelfs een echte zittribune.

De zitplaatsen, die toen nog niet de hele lengte van het veld innamen, werden de parel aan de kroon van het vernieuwde Stayen en ook nu volgde er weer een passende inhuldiging. Die kwam er vooral dankzij de kalendercommissie, want de eerste thuiswedstrijd van het ondertussen naar tweede klasse gepromoveerde S.T.V.V. werd voor de nieuwe zittribune gespeeld tegen de voormalige Brusselse grootmacht Daring Molenbeek. Met tien bussen, een karavaan auto’s en talrijke Brusselse treinreizigers in hun kielzog dachten de Brusselaars dat Truisens varkentje wel even te wassen: “Lapt het die koeboeren maar!”.

Maar nadat Daring de 2-2 scoorde kantelde de wedstrijd volledig. Met vier Truiense doelpunten op een kwartier tijd ontplofte Stayen! Het bestuur was de wanhoop nabij want de nieuwe tribune werd bijna afgebroken: “Die schone tribune!” zo schreef een Limburgs Dagblad die maandag, “Wat ging ervan geworden. Ze wankelde op haar grondvesten en op haar plaatijzeren rug kwam een gedonder neer van Sint-Truidense vuisten.” Een nieuwe traditie was geboren.

Vernieuwing bleef de tendens op Stayen. Zo kwamen er in 1952 voor het eerst douches voor de spelers, maar werden er ook nieuwe staanplaatsen voorzien. Het belangrijkste voor Stayen zou enkele jaren later, in het midden van de jaren ’50 volgen, want na de sluiting van de Suikerfabriek Melaertskon S.T.V.V. de terreinen kopen en werd de club de nieuwe eigenaar van het Stayenveld!

Met de sluiting van de Suikerfabriek kwam er ook een einde aan de traditie van bieten gooien. Bij onvrede met scheidsrechterlijke beslissingen durfden de Truiense supporters immers al eens bieten uit de silo’s achter de staantribune te halen. Als de spelers de roep om bieten hoorden wisten ze dat zich van de zijlijn moesten verwijderen, om zeker geen suikerbiet tegen het hoofd te krijgen.

DE JAREN ’60: STAYEN BARST UIT ZIJN VOEGEN

Bij S.T.V.V.’s allereerste promotie in 1957 naar eerste klasse werden ook Stayen aangepakt. Het aantal zitplaatsen werd opgetrokken van 600 naar 1.000, er werd een hoofdingang aan de Tiensesteenweggemaakt en er werd een nieuwe toog, van wel 30 meter lang, geplaatst tussen die ingang en de tribune. Bovendien werd de tribune aan de spoorwegzijde vergroot. Na die verbouwingen kon men op Stayen 16.000 toeschouwers ontvangen. In februari 1959 werd bovendien de eerste lichtinstallatie geplaatst en ingehuldigd met een oefenwedstrijd tegen Hasselt V.V.

Net als de club groeide dus ook de accommodatie, maar al snel bleek de uitbreiding van het stadion ontoereikend. Bij de thuiswedstrijd tegen F.C. Luik in maart 1959, met de Waalse buren in volle titelrace, was de publieke belangstelling zo groot dat de capaciteit van Stayen niet voldeed. Voor het eerst, maar niet voor het laatst moesten heel wat supporters plaats nemen in de neutrale zone om de wedstrijd te volgen.

Enkele jaren later, in februari 1965, herhaalde de geschiedenis zich. S.T.V.V. deed het goed met een vijfde plaats en ontving die andere buren uit Luik, Standard. De Rouches telden 7 punten minder dan leider Anderlecht (die wel een wedstrijd meer hadden afgewerkt) en dus was winst op Stayen een must voor de rood-witten, indien ze hun laatste kans op de titel nog levend wilden houden. Stayenbarstte uit zijn voegen. Een half uur voor de wedstrijd werden de loketten gesloten, maar dat hield de laatkomers niet tegen. Velen sprongen over de speciaal aangebrachte aansluiting en forceerden zich een weg naar binnen. Daar bleek al snel dat het onmogelijk was om nog iets van de wedstrijd te zien. De scheidsrechter liet dan maar toe dat er opnieuw mensen in de neutrale zone een plekje zochten en ook de trappen naar de tribunes liepen al snel vol. Die dag waren er naar alle waarschijnlijkheid 18.000 toeschouwers op Stayen.

Het bestuur had de boodschap begrepen en zorgde voor een verdere uitbreiding van het stadion bij aanvang van het seizoen 1965-1966. De hoofdtribune werd opgewaardeerd en uitgebreid met 380 plaatsen tot 1.500 zitjes in het totaal. Bovendien werden ook de gradins aan de overkant uitgebreid én overdekt, een grote vooruitgang qua comfort op Stayen.

Niemand kon op dat ogenblik vermoeden dat S.T.V.V. voor het historisch gezien succesvolste seizoen van de club stond en dat het stadion aan de Tiensesteenweg snel opnieuw uit zijn voegen zou barsten. De Kanaries begonnen de competitie met een perfect rapport en stonden na drie matchen samen met Anderlecht en Beerschot aan de leiding met het maximum van de punten. Met thuiswedstrijden tegen Anderlecht en Beerschot op het programma zag het bestuur de bui al hangen. Gezien de enorme vraag naar kaarten in voorverkoop, vreesde men terecht dat zelfs het vernieuwde en grotere Stayen niet voldoende groot zou zijn. Er werd dan ook een Brusselse firma aangeschreven om nog vóór de wedstrijd tegen Anderlecht demonteerbare gradins achter het doel aan de spoorwegkant aan te brengen. Deze gradins zouden tot Nieuwjaar blijven staan en vereisten een dergelijke investering van de club dat ze er eigenlijk niets aan kon verdienen. Het bestuur wou echter aan klantenbinding doen en daarom zorgen dat zoveel mogelijk mensen konden meegenieten van de matchen van S.T.V.V. Na de opbouw van de tijdelijke gradins kon S.T.V.V. 19.500 toeschouwers ontvangen op Stayen.

In de aanloop naar het topduel tegen Anderlecht werd in clublokaal Café ‘Ons Huis’ uitzonderlijk een voorverkoop georganiseerd om de verwachte overrompeling op zondag 3 oktober te vermijden. ‘s Woensdags vóór de wedstrijd waren er al 10.000 kaarten de deur uit. De voorspellingen kwamen uit. Stayen was véél te klein voor de opgedaagde belangstellenden. In de lichtmasten, op de muren, tot vlak tegen de zijlijn… overal stond of zat er volk. Anderlecht tekende protest aan en vroeg om de wedstrijd niet te spelen, maar zij kregen van scheidsrechter Loraux als antwoord: “Ga jij dat afroepen?” De wedstrijd kon alvast niet op tijd beginnen, want op een gegeven ogenblik stonden de toeschouwers zelfs binnen de lijnen. Scheidsrechter Loraux vroeg de politie dan ook om het publiek ten minste achter de zijlijn te laten plaatsnemen.

De rest is geschiedenis, want ook nu nog praat men over de wedstrijd waarin S.T.V.V. met twee doelpunten van Roger Maes Anderlecht klopte en voor het eerst in het clubbestaan alleen aan de leiding kwam in de hoogste afdeling.

Hoeveel toeschouwers daar nu precies getuige van waren, bleek moeilijk te bepalen. Er werden dan wel 22.800 kaarten verkocht, maar nadat de loketten dicht gingen, slaagden nog honderden toeschouwers erin om toch binnen te raken.

Wat daarbij opviel was dat er tijdens de wedstrijd niet echt incidenten waren. Enkel Anderlechtspeler Gerard ‘Pummy’ Bergholtz (later nog trainer van S.T.V.V) kwam in aanraking met de politie, maar dat viel dan letterlijk te nemen. Hij botste tijdens de wedstrijd, na een stevige por van flankverdediger Lucien Boffin, op een agent aan de zijlijn en belandde daarna onzacht tegen de friscokar.

Voor de club volgde die namiddag ook nog een kleine domper op de feestvreugde toen bleek dat één van de één van de medewerkers tijdens de match een kist met een deel van de recette was kwijtgespeeld. Zo gingen er 70.000 Belgische franken (+/- 1.750 euro) verloren voor de club, die nog een vindersloon van 5.000 frank (125 euro) uitvaardigde, maar de doos kwam niet meer boven water.

S.T.V.V. bleef nog eventjes winnen en speelde twee weken na het bezoek van Anderlecht opnieuw een topmatch, met Beerschot als gast, in een alweer uitverkocht Stayen. Ditmaal waren er 19.000 Truiense supporters opgedaagd.

De Kanaries werden dat seizoen vice-kampioen na het ongenaakbare Anderlecht en de club kon niet anders dan nogmaals Stayen te vergroten bij aanvang van het volgende seizoen. De capaciteit werd met 3.500 plaatsen verhoogd door de aanleg van 20 gradins in de volle breedte aan de kant van de spoorweg. Door die uitbreiding naar een capaciteit van 22.000 toeschouwers, met flink wat financiële steun van de stad Sint-Truiden, hoopte men de controlecommissie gerust te stellen dat er niemand meer in de neutrale zone zou moeten plaatsnemen bij topwedstrijden.

Nog een seizoen later (1967-1968) werd de zittribune werd over de ganse lengte van het veld uitgebreid. Dat moest plaats bieden voor 1.000 extra toeschouwers verhogen, maar die waren in geen tijd ingenomen bij de abonnementenverkoop.

Nog éénmaal in de gouden jaren ’60 keek de club bezorgd naar de stormloop op tickets in de voorverkoop voor een thuiswedstrijd van de Kanaries. Op 12 januari 1969 was Anderlecht andermaal de gast die voor massale belangstelling zorgde bij de aanvang van de terugronde. Op dat ogenblik had Standard twee punten voorsprong op S.T.V.V. dat zich in het selecte gezelschap van Club Brugge, Charleroi en Anderlecht bevond. Geen wonder dat iedereen er weer bij wou zijn tegen de paars-witten, met twee punten voor, maar in Sint-Truiden leefde men massaal toe naar het thuisduel tegen Anderlecht. De club had echter haar les geleerd en zou alles ondernemen om het aantal toeschouwers te beperken tot de maximale capaciteit van 20.000 om boetes te vermijden en de toeschouwers zicht op het veld te garanderen. Er werd zelfs beroep gedaan op twaalf militairen, soms met bajonet op het geweer, om de orde te handhaven vóór de ingang van het stadion.